• Home
  • Disclaimer
  • Sitemap
  • Nederlands
  • English
  • Anatomie van de knie
  • Arthroscopie van de knie
  • De meniscus
  • De voorste kruisband
  • Revisie voorste kruisband chirurgie
  • De achterste kruisband
  • Gecombineerde bandletsels knie/ALL
  • Het kraakbeen
  • Artrose
  • Het patellofemoraal pijn syndroom
  • patellofemorale instabiliteit
  • Voortdurende pijn na een operatie
  • revisie knieprothese
  • overige knie aandoeningen
  • Links
  • FAQ/veel gestelde vragen
  • Tijdens de operatie

    De meest voorkomende complicatie betreft het niet juist positioneren van de bottunnels. Op de röntgenfoto blijkt met name de tunnel in het scheenbeen te ver naar voor te zijn gepositioneerd. Ook de tunnel in het bovenbeen is niet optimaal geplaatst. Dit heeft tot gevolg dat de knie niet volledig stabiel wordt of een functiebeperking kan vertonen zoals het niet volledig kunnen strekken van de knie in dit geval.Soms vormt de fixatie van de nieuwe kruisband een probleem wat consequenties kan hebben voor de nabehandeling. De tunnel in het bovenbeen wordt ver achterin de knie geplaatst en een enkele keer blijkt de achterwand van de tunnel niet stevig genoeg te zijn en breekt dan onder invloed van de druk van de ingedraaide schroef. Deze "blow-out" vereist een additionele fixatie en aangepaste revalidatie. Op de röntgenfoto is de afwijkende positie van de uitgebroken schroef goed herkenbaar.

    Het op de juiste spanning inbrengen van de nieuwe kruisband vereist ook enige ervaring. Een kruisband die te strak wordt ingebracht, veroorzaakt een buigbeperking van de knie ("capturing"). Als de knie met te strakke kruisband tijdens de fysiotherapeutische behandelingen geforceerd tot buiging wordt gebracht (> 100°), treedt een verlenging van de kruisbandplastiek op resulterend in een langzaam toenemende laksiteit van de knie die opnieuw tot instabiliteitklachten kan leiden.

    Deze laksiteit ontstaat ook als de nieuwe kruisband niet goed is gepositioneerd. De kwaliteit van de pezen kan onvoldoende zijn bij de hamstringtechniek of de botblokjes zijn te klein of te kort gezaagd. Ook de botkwaliteit van de boortunnels kan de fixatie van de kruisband bemoeilijken. In dat geval wordt de belasting na operatie ook aangepast. Ernstige zenuwletsels en/of vaatletsels komen gelukkig zelden voor. 

    Soms komt een complicatie voor gerelateerd aan het instrumentarium, bij voorbeeld een breuk van de tip van de schroevendraaier ten gevolge van metaalmoeheid. Op de foto's zijn de afgebroken schroevendraaier tip en hoe deze verwijderd wordt uit de biocomposietschroef te zien. Dit had geen nadelige consequenties voor het resultaat.

     

     

     

     

    Vorige1234567891011121314151617181920212223Volgende